Na jarenlange trouwe toewijding aan Zeeuw & Zeeuw Feyenoord Basketball en alle voorgangers, neemt Paul de Vos na tien jaar afscheid als algemeen directeur van onze club. Hoogste tijd dus om samen met Paul terug te blikken op deze periode.

Voor veel volgers van Feyenoord is Paul de Vos een bekend gezicht. Niet gek, want hij is dan ook al zeker vijftig jaar actief in de Rotterdamse basketbalwereld: “De laatste tien jaar ongeveer was ik actief als algemeen directeur. We hebben een bestuur met drie mensen erin en als algemeen directeur werk je dan in feite voor het bestuur. Een soort manusje van alles ben je dan, zeg ik altijd. Maar ik ben al veel langer actief voor de club, al vijftig jaar! Op mijn negentiende werd ik voorzitter, dat was in 1974. Daarvoor zat ik in een aantal commissies, dus zelfs al langer. Ik ben er nooit weggegaan, heb van alles gedaan voor AMVJ en later opvolger Rotterdam Basketball. Penningmeester, secretaris, voorzitter, noem het maar op. Ik was altijd overal inzetbaar, alles voor de club!”

Hoe kijk je terug op je periode als algemeen directeur?

“Ik kijk altijd met plezier terug op alles wat in de basketbalwereld gebeurt, want het is een deel van mijn leven en als je daar geen plezier in hebt, dan moet je ermee stoppen. Ik denk dat we ons als club de afgelopen jaren niet hebben ontwikkeld tot een topploeg met een groot budget die structureel in de top meedeed. Onze rol was wat bescheidener, maar er kwam geen enkele ploeg naar Rotterdam met het idee van ‘die winnen we wel even’. Dat is eigenlijk zo gebleven in de afgelopen periode; het is mooi dat we continuïteit kunnen waarborgen. Natuurlijk hebben wij zo onze uitdagingen en moeten we het ook financieel rond krijgen elk jaar, maar dat is alle jaren gelukt en daar kijk ik met trots op terug. We zijn denk ik een stabiele en serieuze factor in de hoogste basketbalafdeling van Nederland.”

Er zijn veel ontwikkelingen in de BNXT-League, de Nederlandse basketbalsport zelf is volop in beweging. Hoe zie je dat alles in de komende jaren voor je?

“Dat vind ik lastig in te schatten. Volgend jaar spelen we volgens het round robin-format, wat ik goed vind omdat het een duidelijk format is wat iedereen snapt. Ik vrees wel voor een volle agenda, waarin we bijvoorbeeld nog vaker op woensdagavonden moeten spelen. Hoe de competitie zich verder ontwikkelt, is lastig te voorspellen. Clubs moeten financieel aan blijven haken en dat blijft voor een aantal een uitdaging.

Daarnaast zien we meer publiek op de tribunes, ook op doordeweekse avonden. Daar zijn we erg blij mee. Sommige steden hebben echt een basketbalcultuur, maar in een grote stad als Rotterdam zijn er talloze mogelijkheden om je te amuseren op sportief gebied en is het niet vanzelfsprekend dat er  volle tribunes zijn. Ik ben trots dat we al jaren een stabiele factor zijn in een van de grootste steden van ons land.

Steeds meer jongeren willen gaan basketballen. Dat merken de clubs in de regio ook. Voor het Rotterdamse basketbal en de Rotterdamse topsportwereld zou het daarom fantastisch zijn als we een keer om de landstitel mee kunnen doen. Dat zou ik zo geweldig vinden!”

Wat waren hoogtepunten voor jou in de afgelopen jaren?

“Een sportief hoogtepunt is absoluut dat we in 2018 de halve finales van de playoffs bereikten door Den Bosch in de Maaspoort uit te schakelen, gesteund door heel veel supporters op de tribunes. Maar in feite was het elke keer dat wij van een ploeg uit de top-drie wonnen een memorabel moment, zeker als je weet dat ons budget soms bijna tien keer zo klein was. En dat is toch best een mooi aantal keer gelukt! Daarnaast buiten het sportieve element om: we doen het al jaren met een trouwe en hechte groep mensen; de saamhorigheid en de vriendschap daarvan, dat vind ik het allerbelangrijkste!”

Ondanks dat je het straks rustiger aan doet, zien we je vast nog vaak terug bij wedstrijden?

“Tuurlijk, die club is heel mijn leven! Tot nu toe moest ik er altijd zijn, maar dat hoeft niet meer. Straks kan ik bijvoorbeeld na de zomer lekker een maandje of twee, drie weg met mijn vrouw. Dat kon nooit omdat de competitie weer begon, dus het is fijn dat daar nu alle tijd voor is. Mijn agenda is leeg en de stress is minder, er komt toch altijd stress kijken bij het leiden van een basketbalclub. Maar ik ben zeker niet weg, ik blijf de club altijd volgen!”